ACM start onderzoek naar financiële rendementen van 4 warmteleveranciers
In het kort
- Om warmteverbruikers te beschermen houdt de ACM de financiële rendementen van leveranciers in de gaten.
- Het financiële rendement van warmteleveranciers op de levering aan huishoudens en andere kleinverbruikers varieerde in 2024 van -56% tot 15% procent.
- De ACM gaat bij 4 warmteleveranciers onderzoeken waarom hun rendement in 2024 hoger was dan de norm.
Het financiële rendement van warmteleveranciers op de levering aan huishoudens en andere kleinverbruikers varieerde in 2024 van -56% tot 15% procent. Dat blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Bij 4 leveranciers was het financieel rendement hoger dan het redelijke rendement van 6,8%. De ACM gaat bij deze 4 leveranciers een rendementstoets uitvoeren om te achterhalen waarom hun rendement in 2024 hoger was dan de norm. Als uit het onderzoek van de ACM blijkt dat het financieel rendement van deze leveranciers in 2025 ook hoger is dan de norm, kan de ACM de leveranciers dwingen hun tarieven voor het jaar 2027 aan te passen.
Warmteverbruikers beschermen
Om warmteverbruikers te beschermen tegen onredelijk hoge tarieven stelt de ACM ieder jaar maximumtarieven vast. Deze maximumtarieven gelden voor alle huishoudens en andere kleinverbruikers die zijn aangesloten op een warmtenet. Voor grootverbruikers zoals grote bedrijven die zijn aangesloten op een warmtenet gelden deze maximumtarieven niet. Warmteleveranciers mogen een redelijk rendement maken, maar mogen de maximumtarieven voor huishoudens niet gebruiken om onredelijke winsten te maken. Daarom houdt de ACM de financiële rendementen van warmteleveranciers in de gaten en stelt een normrendement vast.
Er kunnen verschillende redenen zijn voor een hoger of lager financieel rendement van een warmteleverancier. Bijvoorbeeld vanwege verschillen in de inkoopstrategie en verschillende typen bronnen en technieken. De ACM ziet geen duidelijk verband tussen de leeftijd of omvang van een warmtenet en het financiële rendement voor de leverancier. Wel ziet de ACM dat het gemiddelde financiële rendement van warmteleveranciers daalt. Bijna de helft van de warmteleveranciers heeft een negatief financieel rendement bij levering aan huishoudens en andere kleinverbruikers. Een negatief financieel rendement maakt het voor warmteleveranciers moeilijker om te investeren in bestaande of nieuwe warmtenetten. Daarom kunnen lage financiële rendementen een bedreiging zijn voor de warmtetransitie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle woningen vóór 2050 aardgasvrij moeten zijn. Aanleg van warmtenetten is een belangrijke manier om deze doelstelling te bereiken. Vorig jaar zijn er ca. 22.000 huishoudens aangesloten op een warmtenet van een vergunninghoudende leverancier. Het aantal huishoudens op een warmtenet komt daarmee nu op ruim 700.000.
Beter inzicht dankzij aangescherpte accountingregels
De rendementsmonitor over het jaar 2024 is de eerste monitor op basis van de aangescherpte accountingregels (RAR). Hierdoor heeft de ACM beter inzicht in de financiële rendementen van warmteleveranciers. Bijvoorbeeld in het verschil tussen levering aan huishoudens en levering aan grootverbruikers. In de praktijk zijn er altijd huishoudens én grootverbruikers aangesloten op een warmtenet. De maximumtarieven en het normrendement van de ACM gelden echter alleen voor levering aan huishoudens.
Voorbereiding Wet collectieve warmte
De ACM bereidt zich komende jaren voor op de nieuwe manier van tariefregulering in de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw). Deze wet zal naar verwachting op 1 januari 2027 ingaan. In de nieuwe wet zullen de maximumtarieven voor warmte stapsgewijs niet meer gekoppeld zijn aan de prijs voor aardgas (het ‘niet-meer-dan-anders-principe’), maar zal de ACM de tarieven baseren op de werkelijke kosten van leveranciers. Het is daarom belangrijk dat de ACM goed inzicht heeft in de werkelijke kosten van leveranciers.