Einduitspraak CBb Tarieven Stedin Elektriciteit 2021
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft einduitspraak gedaan in het beroep van de Coöperatie Energie Samen U.A. (Energie Samen) tegen het besluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de tarieven voor meerlengte verbindingen die netbeheerder Stedin Netbeheer N.V. (Stedin) in rekening mag brengen.
Het CBb had eerder in een tussenuitspraak geoordeeld dat de ACM de beslissing op bezwaren van Energie Samen op één punt niet goed genoeg gemotiveerd had. De ACM heeft naar aanleiding hiervan een herstelbesluit genomen. Het CBb oordeelt nu dat de ACM hiermee het motiveringsgebrek heeft hersteld.
Energie Samen vond eerder dat Stedin voor het jaar 2021 te hoge tarieven rekende voor aansluitingen met een capaciteit van 1000 tot 10.000 kVA met een verbinding die langer is dan 25 meter. Volgens Energie Samen was de eenmalige aansluitvergoeding die Stedin voor deze aansluitingen hoger dan de werkelijke kosten die Stedin hiervoor maakte. De ACM had de bezwaren van Energie Samen tegen het tarievenbesluit afgewezen.
Op 16 juli 2024 heeft het CBb in een tussenuitspraak geconcludeerd dat de ACM uit de door Stedin gegeven kostenonderbouwing terecht had afgeleid dat de opgenomen kostensoorten kwalificeren als rechtstreekse kosten. Het CBb concludeerde echter ook dat de beslissing op bezwaar op één punt leed aan een motiveringsgebrek. De ACM had volgens het CBb onvoldoende uitgelegd dat de kosten die Stedin had opgenomen in een 15% toeslag konden worden gezien als rechtstreekse kosten voor het tot stand brengen van de aansluiting.
Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de ACM aanvullend onderzoek verricht en opnieuw beslist op het bezwaar van Energie Samen. In het gewijzigde besluit is de ACM tot de conclusie gekomen dat het bezwaar van Energie Samen ongegrond is.
Het CBb concludeert nu na aan de hand van de nieuwe kostenonderbouwing en de nieuwe motivering van de ACM dat voldoende is geconcretiseerd dat de kosten die zijn opgenomen in de toeslag van 15% kwalificeren als kosten die rechtstreeks verband houden met de totstandbrenging van de aansluiting. Met het wijzigingsbesluit heeft de ACM daarom het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek hersteld.
Vanwege het eerder geconstateerde motiveringsgebrek verklaart het CBb het beroep van Energie Samen wel gegrond. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Dat betekent dat de tarieven ook niet zullen wijzigen.