Uitspraak rechtbank in Woo-zaak tussen geneesmiddelenproducent en ACM
De rechtbank Rotterdam heeft op 10 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tussen een geneesmiddelenproducent en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de verstrekking van documenten op basis van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank heeft de standpunten van de ACM grotendeels bevestigd. Dit betekent dat de ACM niet meer documenten hoeft te verstrekken aan deze geneesmiddelenproducent.
De geneesmiddelenproducent had de ACM verzocht om documenten te verstrekken die zagen op enkele (wetenschappelijke) artikelen die medewerkers van de ACM op persoonlijke titel (de publicaties) hadden geschreven. Ook heeft de geneesmiddelenproducent verzocht om verstrekking van documenten die betrekking hadden op conferenties waar medewerkers van de ACM over deze zaak hebben gesproken. De ACM heeft hierop diverse documenten (gedeeltelijk) verstrekt.
De geneesmiddelenproducent is in beroep gegaan tegen de weigering van de ACM om bepaalde documenten die verband hielden met de publicaties aan haar te verstrekken. Ook had de geneesmiddelenproducent bezwaar gemaakt tegen de gedeeltelijke verstrekking van bepaalde documenten vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en persoonlijke beleidsopvattingen.
De rechtbank heeft de beroepen van de eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt dat de publicaties door ACM-medewerkers op persoonlijke titel zijn geschreven en geen onderdeel zijn van de publieke taak van de ACM. De rechter oordeelt verder dat de ACM terecht bepaalde documenten gedeeltelijk heeft verstrekt. De ACM heeft volgens de rechtbank correct gehandeld door de documenten op deze wijze te behandelen en de privacy van de betrokken medewerkers te beschermen. Ook stelt de rechtbank vast dat het belang van geheimhouding van de persoonlijke beleidsopvattingen zwaarder weegt dan het belang dat de geneesmiddelenproducent heeft bij verstrekking.
Tegen deze uitspraak van de rechtbank Rotterdam is nog hoger beroep mogelijk.