Tussenuitspraak rechtbank over onderzoek tarieven afleversets Ennatuurlijk
De rechtbank Rotterdam heeft op 11 juli 2025 een tussenuitspraak gedaan in een zaak van Stichting Reeshofwarmte (Reeshofwarmte) tegen een besluit van de ACM over de redelijkheid van de tarieven voor afleversets van warmteleverancier Ennatuurlijk. De rechtbank oordeelt dat het besluit van de ACM op één punt onvoldoende is gemotiveerd, namelijk ten aanzien van de redelijkheid van de montagekosten die onderdeel zijn van de tarieven.
De ACM heeft naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Reeshofwarmte uitgebreid onderzoek gedaan naar de tarieven die Ennatuurlijk in de periode 2014-2019 rekende voor het ter beschikking stellen van afleversets aan bewoners van De Reeshof in Tilburg. De ACM concludeerde dat de door Ennatuurlijk toegepaste methode voor het bepalen van deze tarieven niet onredelijk was en wees daarom het handhavingsverzoek af.
Reeshofwarmte voerde onder meer aan dat de bewoners eigenaar zouden zijn van de afleversets en daarom niet voor de afleversets zouden hoeven te betalen. Ook wees Reeshofwarmte erop dat de tarieven voor afleversets sinds de invoering van het maximumtarief voor afleversets sinds 2020 met circa 50% is gedaald, wat volgens haar aantoont dat de eerdere tarieven onredelijk hoog waren.
De rechtbank heeft bepaald dat de kwestie van eigendom (natrekking) van de afleversets een civielrechtelijke kwestie is die niet in deze procedure kan worden beoordeeld. Ten aanzien van de redelijkheid van de tarieven oordeelt de rechtbank dat de ACM de meeste kostencomponenten voldoende heeft onderbouwd, maar dat de motivering voor de montagekosten tekortschiet.
De ACM krijgt zes weken de tijd om het geconstateerde motiveringsgebrek te herstellen door nader te motiveren waarom de montagekosten als kostencomponent redelijk zijn.