Blog Paul de Bijl: Zonder concurrentie geen kampioenen
Op 26 januari jl. publiceerde de ACM de Staat van de Markt, een nieuwe, jaarlijkse publicatie over het functioneren van markten in Nederland. Dat belicht de ruimere context van het markttoezicht van de ACM, als bijdrage aan het beleidsdebat waarin economische, technologische en geopolitieke ontwikkelingen steeds meer verstrengeld raken. Zie de zorgen van Draghi (2024) en Wennink (2025) over een achterstand in innovatie en productiviteit, en de discussie over Europese kampioenen.
Concurrentie en innovatie vormen onmisbare ingrediënten voor de concurrentiekracht en weerbaarheid van Nederland en Europa. Hoe staat de concurrentie er voor? De Staat van de Markt bespreekt daartoe (i) de ontwikkeling van concurrentie in Nederland gedurende 2011-2023, met dank aan CBS en CompNet voor de onderliggende data, en (ii) drie actuele thema’s, te weten private equity, clouddiensten en de aandachtseconomie. Deze blog bespreekt de ontwikkeling van de concurrentie en het belang daarvan voor het ontstaan van Europese kampioenen.
Hoe meet je concurrentie?
Concurrentie zet bedrijven aan om hun best te doen voor afnemers, door in te spelen op hun wensen, de kwaliteit te verbeteren en prijzen laag te houden. Het stimuleert bedrijven om continu te investeren in verbetering van hun aanbod en werkwijze. Dat stimuleert innovatie en productiviteit, en daarmee onze welvaartsgroei.
Concurrentie speelt zich af op het speelveld waar bedrijven dingen naar dezelfde afnemers. Dat speelveld heet de relevante markt, zoals de markt voor cateringdiensten in of rondom een bepaalde stad. Op dat detailniveau laat de concurrentie in Nederland zich niet in kaart te brengen, alleen al omdat de benodigde data ontbreken. Bovendien zijn markten voortdurend in beweging: innovaties en nieuwe businessmodellen verleggen bestaande afbakeningen en creëren nieuwe markten. Data over bestaande sectoren kunnen dat niet vangen. Voor een doorkijk in en over economische sectoren is wel data voorhanden. Zo'n macroperspectief biedt inzicht in sectortrends over de tijd, en helpt om ontwikkelingen in markten binnen een sector te duiden.
Omdat concurrentie zich niet in één getal laat vangen, gebruiken we drie gangbare indicatoren: marktconcentratie, bedrijvendynamiek en marktuitkomsten.
- Marktconcentratie betreft de marktstructuur in termen van het aantal bedrijven en de verdeling van afzet of omzet daarover. In een geconcentreerde markt bedient een klein aantal bedrijven een groot deel van de markt, en hebben afnemers minder te kiezen. We meten de marktconcentratie met de Herfindhahl Hirschman Index (HHI; de som van gekwadrateerde marktaandelen) en de concentratieratio van de vier grootste bedrijven (CR4; de som van de vier grootste marktaandelen), op basis van omzet.
- Bedrijvendynamiek betekent dat minder goed presterende bedrijven marktaandeel verliezen aan bedrijven die het beter doen. We kijken naar (i) oprichting- en uittredingpercentages van bedrijven; (ii) rangpersistentie ofwel de mate waarin de grootste bedrijven zich handhaven tegenover uitdagers; en (iii) marktaandeelinstabiliteit in de top. Dynamiek wijst op concurrentie in termen van Schumpeter’s proces van ‘creatieve destructie’.
- Marktuitkomsten meten de impact van concurrentie op bedrijven. We gebruiken ten eerste de mark-up ofwel de mate waarin een prijs hoger is dan marginale kosten. Hoge mark-ups kunnen wijzen op zwakke concurrentie. Ten tweede de Boone-indicator, die meet hoe gevoelig bedrijfswinsten reageren op een toename van kostenverschillen tussen bedrijven. Het idee is dat een hogere concurrentie-intensiteit leidt tot een grotere verschuiving van winsten van minder naar meer efficiënte ondernemingen.
Bevindingen
De indicatoren laten voor de periode 2011-2023 het volgende zien. De marktconcentratie nam toe, wat wijst op zwakkere concurrentie. Deze stijging lijkt vooral gedreven te worden door een concentratietoename in sectoren die reeds al sterk geconcentreerd zijn, wat blijkt uit een toename van de HHI en de CR4 in betreffende sectoren.
Met betrekking tot de bedrijvendynamiek zijn oprichting- en uittredingpercentages afgenomen. De rangpersistentie bleef gemiddeld gezien relatief vlak, en steeg voor geconcentreerde sectoren. Dat betekent dat de grootste bedrijven in de meest geconcentreerde sectoren hun posities beter wisten te handhaven. Minder bedrijvendynamiek betekent dat nieuwe ondernemingen minder doorgroeien en minder vaak gevestigde spelers van de troon stoten.
De marktuitkomsten voor bedrijven geven ook een ongunstiger beeld. De gemiddelde mark-up nam enigszins toe, wat wijst op meer marktmacht. Deze lijkt vooral te worden gedreven door gestegen mark-ups in sectoren waar die al relatief hoog waren. Ook de ontwikkeling van de Boone-indicator wijst op een lagere concurrentie-intensiteit.
Gezamenlijk wijzen de indicatoren op een afname van de concurrentie in Nederland, in de zin dat de verschillende indicatoren gemiddeld gezien een ongunstige kant op bewogen. Sectoren met de hoogste concentratieniveaus tonen de grootste toename in marktconcentratie en grootste afname in rangpersistentie, en sectoren met de hoogste mark-ups tonen de grootste toename in mark-ups.
Deze bevindingen bevestigen het beeld elders in Europa. De interpretatie vraagt evengoed om voorzichtigheid. Geen van de indicatoren geeft zekerheid over de concurrentie-intensiteit. Ook betreffen de indicatoren sectoren en geen markten in termen van mededinging, en houden de data geen rekening met import en export. Maar omdat de indicatoren dezelfde kant uitwijzen en het beeld vergelijkbaar is met dat in andere landen, is er reden voor zorg over de concurrentie.
De ene schaalvergroting is de andere niet
Een vaak gesuggereerde oplossing – soms in termen van ‘Europese kampioenen’ – om concurrentiekracht en innovatievermogen te stimuleren is schaalvergroting. Vraagt dat om soepelere concentratiecontrole? Niet per se, want fusies die marktmacht creëren of vergroten kunnen juist schade toebrengen aan investeringen, innovatie en productiviteitsgroei. Maar mededingingsautoriteiten dienen zeker oog te hebben voor fusies noodzakelijk voor innovatie, en waar afnemers van profiteren. De Europese Commissie werkt dan ook aan een verduidelijking van de richtsnoeren voor de beoordeling van fusies. Dat geeft bedrijven die willen samengaan omwille van innovatie een beter beeld van wat nodig is voor een overtuigende onderbouwing van zo’n fusie.
Je kunt ook niet simpelweg stellen dat een markt ineens Europees moet zijn in plaats van nationaal – zo’n bewering vereist een empirische onderbouwing in plaats van wensdenken. De oproep in het Draghi-rapport (2024) om relevante markten voor telecom Europees in plaats van nationaal af te bakenen, ten gunste van opschaling, ving dan ook breed kritiek. Experts uit diverse hoeken wezen erop dat de Europese telecommarkt nog versnipperd is, langs nationale grenzen.
Het is natuurlijk begrijpelijk dat gevestigde spelers de markt graag zo groot mogelijk voorspiegelen, want dat leidt meestal eerder tot groen licht voor fusies. Een deel van de telecomsector claimt dan ook regelmatig dat soepeler fusiebeleid nodig is voor investeringen in 5G en glasvezel. De empirie laat echter zien dat Europese telecombedrijven (vast en mobiel) de afgelopen tien jaar gemiddeld positieve rendementen behaalden, met een van de hoogste dividenduitkeringsratio's op de aandelenmarkt (met spreiding in bedrijfsprestaties, dus niet in gelijke mate voor alle spelers). Specifiek wijst empirisch onderzoek niet op een structureel ondermaats rendement op geïnvesteerd vermogen (ROCE) ten opzichte van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet (WACC). Het behaalde rendement staat, gemiddeld gezien, investeringen niet in de weg. Een aannemelijkere hypothese dan de claim van de sector is dat concurrentie juist gunstig is voor investeringen en innovatie.
Een route voor schaalvergroting die de concurrentiekracht aanwakkert ligt dan ook in het vergroten van markten waarop concurrentie plaatsvindt, door het wegnemen van onnodige drempels vanuit wetgeving, of nationale sentimenten. Dat vraagt om verdergaande Europese integratie en minder krampachtig vasthouden aan nationale kampioenen, zodat succesvolle Europese bedrijven ontstaan door opschaling over grenzen heen. Bedrijven die op Europese schaal meespelen, doen ook eerder mondiaal mee.
Of een fusie problematisch kan zijn, hangt dan ook af van de situatie. Wanneer markten versnipperd zijn, met een klein aantal nationale kampioenen zoals in de bankensector en telecom, dan belemmert een binnenlandse concentratie al snel de concurrentie en innovatie, wat anders ligt voor grensoverschrijdende fusies.
Een ander soort schaalvergroting ligt in regionale en Europese ecosystemen rondom technologische waardeketens, bijvoorbeeld de halfgeleiderindustrie en kwantumtechnologie. Wanneer vele bedrijven en nieuwkomers aanhaken ontstaat ook schaal. Dat vergroot de kans op technologische doorbraken. Nieuwe ideeën bouwen altijd voort op bestaande kennis, en hoe meer bedrijven aan innovatie doen, hoe meer kennis over en weer doorsijpelt, en hoe meer nieuwe combinaties mogelijk worden.
Wil je kampioenen? Vergroot de markt in plaats van marktmacht
De rapporten van Draghi (2024) en Wennink (2025) signaleren dat Europa (en Nederland) goed is in de ontwikkeling en toepassing van kennis, en het opstarten van bedrijven, maar niet in opschalen. Zij pleiten vooral voor gunstige randvoorwaarden. Een terechte oproep. En gezien het beeld in de Staat van de Markt kun je beter de markt vergroten dan marktmacht.
Zoals in de Olympische Spelen: wanneer je een speler tot kampioen uitroept voordat de wedstrijd begint, krijgt die bij voorbaat goud. Daarmee krijgen we geen records of topprestaties. Maar zodra meer spelers meedoen gaan ze vol voor goud, zilver en brons. Beter meerdere kampioenen die de top willen bereiken dan één – of beter gezegd, dan geen.
Paul de Bijl, Chief Economist van de ACM
Zie ook
- 11-12-2025 Blog Paul de Bijl: Externe effecten in de aandachtseconomie
- 17-04-2025 Blog Paul de Bijl: Importheffingen en concurrentie
- 20-02-2025 Blog Paul de Bijl: Industriebeleid, schaalgrootte en strategische onafhankelijkheid
- 19-09-2024 Blog Paul de Bijl: Draghi: concurrentie blijft nodig
- 01-08-2024 Blog Paul de Bijl: Misverstanden stilzwijgende afstemming
- 05-06-2024 Blog Paul de Bijl: Stilzwijgende afstemming
- 21-02-2024 Blog Paul de Bijl: Verantwoordelijkheid bedrijven gaat verder dan niet de wet overtreden
- 01-08-2023 Blog Paul de Bijl: De markt voor snel internet is momenteel concurrerend
- 25-05-2023 Blog Paul de Bijl: Een nieuwe fase voor mededingingstoezicht
- 09-01-2023 Blog Paul de Bijl: Politieke macht van grote bedrijven is groter dan gedacht